Immateriële schadevergoeding na inbreuk AVG vooralsnog niet vanzelfsprekend

Door: mr. Ans Duthler

Uitspraak rechtbank Den Haag 14 juli 2022

De rechtbank Den Haag (ECLI:NL:RBDHA:2022:6756) heeft in deze zaak geoordeeld dat de betrokkene niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij immateriële schade heeft geleden en heeft het verzoek om schadevergoeding dan ook afgewezen.

Wat was er aan de hand? 

De betrokkene had een inzageverzoek op grond van de AVG ingediend bij de gemeente Gouda. Het college van B & W van de gemeente heeft het inzageverzoek buiten behandeling gesteld bij besluit van 25 september 2020. Na een bezwaarprocedure heeft het college van B & W op 16 juni 2021 inhoudelijk op het AVG-verzoek beslist. In dit besluit werd niet aangegeven welke concrete persoonsgegevens van betrokkene door de gemeente worden verwerkt en of persoonsgegeven van haar aan derden zijn verstrekt in een andere procedure. De betrokkene heeft vervolgens beroep ingesteld tegen het besluit van 16 juni 2021. Zij meent dat zij door het handelen van de gemeente grip op haar persoonsgegevens verloren heeft en vordert  immateriële schadevergoeding.

Allereerst heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard, omdat het college van B & W heeft erkend dat ten onrechte is nagelaten te vermelden welke concrete persoonsgegevens van de betrokkene worden verwerkt en dat persoonsgegeven van betrokkene aan derden zijn verstrekt in een andere procedure. Het college van B & W heeft inmiddels bij besluit van 29 november 2021 laten weten welke concrete persoonsgegevens van de betrokkene door de gemeente worden verwerkt. Verder was betrokkene er al van op de hoogte dat haar persoonsgegevens aan derden in de andere procedure zijn verstrekt, zo oordeelde de rechtbank. 

Beoordeling verzoek immateriële schadevergoeding

Voor de beoordeling van de immateriële schade op basis van artikel 82 van de AVG wordt volgens vaste jurisprudentie van de hoogste bestuursrechter aansluiting gezocht bij het civiele schadevergoedingsrecht. Dit houdt in dat recht op immateriële schadevergoeding bestaat in het geval van een ‘aantasting op andere wijze in zijn persoon’. En met andere wijze wordt bedoeld, een andere wijze dan lichamelijk letsel of in eer of goede naam te zijn geschaad. 

Van een ‘aantasting op een andere wijze in zijn persoon’ is in ieder geval sprake in het geval van geestelijk letsel. Degene die zich hierop beroept, zal voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan. 

Ook als er geen geestelijk letsel kan worden aangenomen, is niet uitgesloten dat de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde meebrengen dat van aantasting in zijn persoon ‘op andere wijze’ sprake is. Ook in dat geval zal degene die zich hierop beroept dit met concrete gegevens moeten onderbouwen. Dit is slechts anders als de aard en de ernst van de normschending met zich meebrengen dat de nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Maar dit wordt niet snel aangenomen.

Terug naar de uitspraak van de rechtbank Den Haag. Wat betreft het verzoek om immateriële schadevergoeding overweegt de rechtbank het volgende

De betrokkene heeft volgens de rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat zij door de schending van de AVG geestelijk letsel heeft opgelopen. Verder zijn de aard en de ernst van de normschending niet zodanig dat toch sprake is van aantasting van haar persoon op andere wijze. Daarbij is van belang dat betrokkene al wist dat haar gegevens in een andere procedure aan haar gemachtigde en aan een derde waren verstrekt. Betrokkene heeft niet met concrete gegevens onderbouwd dat het feit dat deze derden op de hoogte zijn geraakt van een voormalig adres van betrokken een aantasting van haar persoon is.

Ook brengen de aard en de ernst van de normschending niet met zich mee dat de nadelige gevolgen daarvan voor betrokkene zo voor de hand liggen aantasting in de persoon kan worden aangenomen. 

De uitspraak van de rechtbank Den Haag laat zien dat het niet vanzelfsprekend is om immateriële schade vergoed te krijgen na een inbreuk op de AVG. 

Wanneer wel vergoeding immateriële schade?

Er zijn diverse uitspraken te vinden waar de rechter heeft geoordeeld dat een betrokkene wel in aanmerking komt voor vergoeding van immateriële schade na een inbreuk op de AVG.

Zo oordeelde de rechtbank Noord-Nederland op  12 januari 2021 (ECLI:NL:RBNNE:2021:106) dat de betrokkene recht had op een vergoeding van € 500 wegens immateriële schade.  In verband met een aantal datalekken op de gemeentelijke website waren het BSN, e-mailadres en telefoonnummer van de betrokkene gepubliceerd. Geestelijk letsel kon niet worden aangetoond, aldus de kantonrechter. Maar er was wel degelijk sprake van dat de betrokkene anderszins in zijn persoon is aangetast. De persoonlijke levenssfeer van de betrokkene is bij herhaling door de gemeente geschonden vanwege het  meermalen publiceren van het BSN-nummer, het e-mailadres en het telefoonnummer van de betrokkene op de gemeentelijke website, zonder dat hij daarvoor toestemming aan de gemeente had verleend. De nadelige gevolgen daarvan, zoals identiteitsfraude, liggen voor de hand. 

De rechtbank Rotterdam oordeelde op 12 juli 2021 (ECLI:NL:RBROT:2021:6822) dat een betrokkene recht had op € 2.500 immateriële schadevergoeding. De gemeente had rapporten met medische gegevens gedurende een periode van ongeveer tien jaar bewaard, ondanks verschillende verzoeken van de betrokkene tot vernietiging van de gegevens. 

Naar het oordeel van de rechtbank had de betrokkene recht op toekenning van een vergoeding voor immateriële schade omdat de gemeente door het bewaren en verwerken van de rapporten met medisch gegevens in strijd heeft gehandeld met de AVG en daardoor het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van betrokkene heeft geschonden. Een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van verzoekster kan worden aangemerkt als een aantasting in de persoon die aanspraak geeft op vergoeding van immateriële schade, aldus de rechtbank.  Voor wat betreft de hoogte van de schadevergoeding achtte de rechtbank het voldoende aannemelijk dat in die tien jaar de persoonlijke gegevens van de betrokkene zijn verwerkt en meerdere personen en/of instanties van de inhoud kennis hebben kunnen nemen zonder dat zij daartoe gerechtigd waren en dat verzoekster op grond daarvan immateriële schade heeft geleden.  

Tot slot

Inbreuken op de AVG hebben vaak impact op de betrokkenen. Het is niet eenvoudig om dan immateriële schade vergoed te krijgen, zo blijkt uit het bovenstaande. Het aantonen van een aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ is geen eenvoudige opgave.  Wellicht gaat dat veranderen. Een Oostenrijkse rechter heeft in een prejudiciële procedure aan het Hof van Justitie gevraagd of een enkele schending van de verordening voldoende is voor het toekennen van schadevergoeding op grond van artikel 82 AVG. Tot die tijd zullen verzoeken om immateriële schadevergoeding beoordeeld worden aan de hand van het civiele schadevergoedingsrecht en is vergoeding van immateriële schade niet vanzelfsprekend. 

Meer weten?

Heeft u naar aanleiding van deze blog vragen of heeft u behoefte aan een afspraak? Neem gerust contact met op mr. Ans Duthler.  Bekijk hier onze pagina over de dienstverlening gericht op de bescherming van persoonsgegevens.